ECLI:NL:HR:2008:BF3785
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bevestiging brandstichting
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat hem veroordeelde voor brandstichting op 4 december 2004 te Hilversum. Het hof had vastgesteld dat verdachte opzettelijk brand had gesticht in een container naast café [A] en op een binnenplaats achter een perceel, waardoor ernstige brand- en rookschade ontstond en gemeen gevaar voor bewoners bestond.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie gegrond was, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 27 maanden naar 25 maanden en 2 weken, waarvan 8 maanden en een week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het middel dat het verzoek tot gedragskundig onderzoek betrof, werd verworpen omdat het hof terecht had geoordeeld dat dit verzoek niet relevant was.
De bewezenverklaring van het hof werd bevestigd: verdachte had de branden veroorzaakt, waarbij het hof aannemelijk had gemaakt dat geen andere oorzaak voor de branden bestond en dat de brandhaarden vrijwel gelijktijdig waren ontstaan. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 25 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk; het hofsoordeel over brandstichting blijft in stand.