ECLI:NL:HR:2008:BF0836
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt reisverbod als bijzondere voorwaarde wegens ontoelaatbare bewegingsvrijheidsbeperking
In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba een verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden met een proeftijd van drie jaar. Als bijzondere voorwaarde werd een reisverbod opgelegd dat de verdachte verbood de Nederlandse Antillen te verlaten tot 27 oktober 2008, met uitzondering van bijzondere gevallen na schriftelijke ontheffing.
De verdachte was betrokken bij het smokkelen van bijna anderhalve kilogram cocaïne per vliegtuig van Curaçao naar Nederland. Het Hof achtte een voorwaardelijke gevangenisstraf passend vanwege de aard van het delict en beperkte cellencapaciteit, en stelde het reisverbod als maatregel om herhaling te voorkomen.
De Procureur-Generaal stelde cassatie in het belang der wet in tegen deze bijzondere voorwaarde. De Hoge Raad oordeelde dat het opgelegde reisverbod een ontoelaatbare inbreuk vormt op de bewegingsvrijheid van de verdachte, zoals beschermd door internationale verdragsbepalingen (onder meer het Vierde Protocol bij het EVRM). Art. 17c, tweede lid, onder e, SrNA biedt geen voldoende wettelijke grondslag voor een dergelijke ingrijpende beperking.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover het reisverbod betreft en benadrukte dat een dergelijke beperking alleen kan worden opgelegd indien deze voldoet aan de eisen van kenbaarheid en voorzienbaarheid zoals vereist door het EVRM. Het arrest onderstreept de bescherming van fundamentele rechten bij het opleggen van bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke straffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het opgelegde reisverbod als bijzondere voorwaarde wegens ontoelaatbare beperking van de bewegingsvrijheid.