ECLI:NL:HR:2008:BF0713
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot aanwijzing ander gerecht bij beklag tegen niet-vervolging rechterlijk ambtenaar
De zaak betreft een klaagschrift van een klager tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) om niet tot vervolging over te gaan van leden van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Advocaat-Generaal (AG) bij het Hof verzocht de Hoge Raad om op grond van artikel 510 Sv Pro een ander gerechtshof aan te wijzen voor de behandeling van dit klaagschrift. Het Hof verklaarde zich onbevoegd en vroeg de Hoge Raad eveneens een ander gerecht aan te wijzen.
De Hoge Raad overweegt dat volgens artikel 510 Sv Pro alleen het OM bevoegd is een dergelijk verzoek in te dienen en dat het Hof niet in het verzoek kan worden ontvangen. Tevens wordt vastgesteld dat tegen een beslissing tot niet-vervolging van een rechterlijk ambtenaar geen beklag kan worden gedaan op grond van artikel 12 Sv Pro, maar wel op grond van artikel 13 Sv Pro over het niet indienen van een verzoekschrift als bedoeld in artikel 510 Sv Pro.
De Hoge Raad verklaart de verzoeken van de AG en het Hof niet-ontvankelijk en bepaalt dat het klaagschrift moet worden behandeld als een beklag op grond van artikel 13 Sv Pro. Tegen de beslissing op dit beklag is geen rechtsmiddel mogelijk. De stukken worden teruggezonden aan het Hof voor verdere behandeling van het beklag.
Uitkomst: Verzoeken tot aanwijzing ander gerecht zijn niet-ontvankelijk verklaard; klaagschrift wordt behandeld als beklag op grond van art. 13 Sv.