ECLI:NL:HR:2008:BF0375
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot tussenkomst in onteigeningsprocedure wegens betwisting eigendom
In deze zaak verzochten eisers, eigenaren van percelen grenzend aan de onteigende percelen, om tussenkomst in de onteigeningsprocedure omdat zij stelden eigenaar te zijn geworden van aangrenzende stroken grond. De Gemeente betwistte deze eigendom en de rechtbank wees het verzoek tot tussenkomst af op grond van artikel 3 lid 3 van Pro de Onteigeningswet (Ow), dat tussenkomst alleen toestaat indien de hoedanigheid van de tussenkomende partij onweersproken is.
Eisers voerden aan dat zij bezitters waren van de grond en dat dit niet door de Gemeente was betwist, en dat zij hun verzoek nader wilden toelichten in een pleidooi. De rechtbank wees dit verzoek tot pleidooi af omdat dit tot onredelijke vertraging zou leiden. De Hoge Raad bevestigde dat de wet primair het belang van een tijdige onteigeningsprocedure beschermt en dat de enkele betwisting van de hoedanigheid van eigenaar door de onteigenende partij voldoende is om tussenkomst af te wijzen zonder verdere procedure.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eisers en veroordeelde hen in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat het verzoek tot tussenkomst in een onteigeningsprocedure niet ontvankelijk is als de onteigenende partij de hoedanigheid van eigenaar betwist, ook al is er geen uitgebreid procesdebat gevoerd.
Uitkomst: Het verzoek tot tussenkomst in de onteigeningsprocedure werd afgewezen omdat de hoedanigheid van eigenaar door de Gemeente werd betwist.