ECLI:NL:HR:2008:BF0239
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over herziening onherroepelijke tuchtrechtelijke ontzegging bevoegdheid geneeskunst
In deze zaak gaat het om een verzoek tot herziening van een onherroepelijke beslissing van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 1989, waarbij aan verzoeker de bevoegdheid om de geneeskunst uit te oefenen werd ontzegd. Dit besluit was definitief geworden na verwerping van cassatie in 1990. Na de inwerkingtreding van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) in 1997 verzocht verzoeker het Centraal Tuchtcollege om herziening op grond van art. 52 Wet Pro BIG, maar dit verzoek werd afgewezen.
De Hoge Raad stelt dat het Centraal Tuchtcollege ten onrechte heeft aangenomen dat herziening niet mogelijk is voor beslissingen die zijn genomen vóór de invoering van de Wet BIG. De Hoge Raad legt uit dat art. 52 Wet Pro BIG onmiddellijke werking heeft ten aanzien van onherroepelijke beslissingen die zijn genomen krachtens de Medische Tuchtwet, zoals in dit geval. Dit betekent dat herziening mogelijk is wanneer nieuwe omstandigheden naar ernstig vermoeden tot een andere beslissing zouden hebben geleid.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beslissing van het Centraal Tuchtcollege en bepaalt dat deze vernietiging geen nadeel toebrengt aan de reeds verkregen rechten van betrokkenen. Hiermee wordt bevestigd dat de herzieningsmogelijkheid van art. 52 Wet Pro BIG ook geldt voor oudere tuchtrechtelijke beslissingen die onherroepelijk zijn geworden vóór de Wet BIG.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissing van het Centraal Tuchtcollege en bevestigt dat herziening van onherroepelijke tuchtrechtelijke beslissingen mogelijk is onder art. 52 Wet BIG.