ECLI:NL:HR:2008:BF0079
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Begripsomschrijving 'veld' in Flora- en faunawet en bevestiging geschiktheid terrein voor jacht
In deze cassatieprocedure heeft de Hoge Raad het begrip 'veld' zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Flora- en faunawet verduidelijkt. Het hof had vastgesteld dat het boscomplex, waar het terrein waarop verdachte zich bevond deel van uitmaakt, diverse beschermde inheemse diersoorten herbergt, waaronder wilde zwijnen, reeën en edelherten. Tevens was vastgesteld dat op het terrein zelf wilde zwijnen voorkomen en dat het mogelijk was om met een kastval beschermde dieren te vangen.
De Hoge Raad oordeelde dat dit voldoende is om te spreken van een terrein dat geschikt is voor de uitoefening van de jacht, en daarmee onder de definitie van 'veld' in de Flora- en faunawet valt. Het middel van cassatie van de verdachte werd verworpen omdat het geen rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak bevestigt de uitleg van het begrip 'veld' en de toepassing van de Flora- en faunawet op het betreffende terrein. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.