ECLI:NL:HR:2008:BD6829
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting 30%-regeling voor beroepsvoetballer in lagere divisie
Belanghebbende, een in Oekraïne geboren beroepsvoetballer, was sinds 1996 werkzaam bij een eredivisieclub met toepassing van de 35%-regeling. Na beëindiging van die dienstbetrekking in juni 2003 trad hij in dienst bij een club in de eerste divisie. De Inspecteur weigerde de voortzetting van de 30%-regeling, hetgeen door bezwaar en beroep bij het Hof werd bevestigd.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende beschikte over specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars is. Het Hof oordeelde dit te ontkennen, mede op basis van het relatief lage salaris van belanghebbende vergeleken met het gemiddelde in de eredivisie.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp de middelen van belanghebbende, waaronder een beroep op het gelijkheidsbeginsel en de hoogte van het salaris. Ook werd geoordeeld dat het Hof terecht rekening hield met het beloningsniveau in Nederland ten opzichte van het land van herkomst. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde niet in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de voortzetting van de 30%-regeling bevestigd.