ECLI:NL:HR:2008:BD4379

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/057HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurrechtelijk geschil over schadevergoeding na brand in mobiele schoollokalen

Eiseres, verhuurder van mobiele schoollokalen, vorderde van de gemeente Breukelen een schadevergoeding van €263.192,52 wegens verlies van lokalen door brand. De rechtbank verwees de zaak naar de kantonrechter, die de vordering afwees. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis alleen voor het deel van de BTW en wettelijke rente over opruimingskosten en veroordeelde de gemeente tot betaling van €3.017,64.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen beide arresten van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee bleef de beslissing van het hof grotendeels in stand, waarbij de gemeente slechts beperkt tot betaling werd veroordeeld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

5 september 2008
Eerste Kamer
C07/057HR
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
de GEMEENTE BREUKELEN,
gevestigd te Breukelen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 10 april 2003 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, de Gemeente te veroordelen tot betaling van € 263.192,52, met rente en kosten, een en ander uit hoofde van een tussen partijen gesloten huurovereenkomst ter zake van mobiele schoollokalen.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
Nadat de rechtbank bij vonnis van 3 december 2003 de zaak ambtshalve naar de kantonrechter had verwezen, heeft de kantonrechter te Utrecht bij vonnis van
26 mei 2004 de vordering afgewezen.
Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na een tussenarrest van 16 juni 2005, waarbij partijen tot bewijslevering zijn toegelaten en getuigenverhoren, heeft het hof bij eindarrest van 9 november 2006 het vonnis van de kantonrechter vernietigd, doch uitsluitend voor wat betreft de afwijzing van de vordering van [eiseres] tot betaling door de Gemeente van de BTW - en de wettelijke rente daarover - over het bedrag van ƒ 35.000,-- ter zake van de opruimingskosten. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof de Gemeente veroordeeld aan [eiseres] een geldsom te van € 3.017,64 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente. Het hof heeft voorts het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.