ECLI:NL:HR:2008:BD3131

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13591
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswetWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn voor toelating

Verzoekster werd toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) door de rechtbank Arnhem, die op 5 maart 2007 de definitieve toepassing uitsprak. Na een brief van de bewindvoerder en een brief van de gemeente Nijmegen werd verzoekster gehoord op 25 september 2007. De rechtbank stelde bij vonnis van 4 oktober 2007 vast dat verzoekster niet te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van bepaalde schulden, en beëindigde daarop de schuldsaneringsregeling. Tevens werd een curator benoemd in haar faillissement.

Verzoekster ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank op 10 december 2007 bekrachtigde. Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling definitief bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens het niet te goeder trouw zijn van verzoekster.

Uitspraak

11 juli 2008
Eerste Kamer
07/13591
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 5 maart 2007 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Naar aanleiding van een brief van de bewindvoerder van 15 juni 2007, met als bijlage een brief van de Gemeente Nijmegen van 14 juni 2007, en op verzoek van de rechter-commissaris, heeft de rechtbank [verzoekster] gehoord ter terechtzitting van 25 september 2007.
Bij vonnis van 4 oktober 2007 heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoekster] één of meer van haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen. De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator in het faillissement van [verzoekster].
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 10 december 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen dit arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.