ECLI:NL:HR:2008:BD2995
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek inzake verzekeringsplicht kentekenhouder en eerdere veroordelingen
De aanvrage tot herziening betrof meerdere arresten van het Hof Leeuwarden en het Hof Amsterdam, alsmede een vonnis van de Rechtbank Arnhem. De aanvrager stelde dat hij onterecht boetes moest betalen voor twee auto's die hij in 1997 en 1998 ter sloop had aangeboden, waardoor volgens hem de verzekeringsplicht niet meer zou gelden.
De Hoge Raad oordeelde dat de arresten van het Hof Leeuwarden geen einduitspraak houdende veroordeling zijn in de zin van art. 457 Sv Pro en dat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) geen mogelijkheid tot herziening kent. Ook de veroordeling voor gekwalificeerde diefstal had geen betrekking op de betreffende voertuigen. Daarnaast werd vastgesteld dat de verzekeringsplicht blijft gelden zolang het kenteken op naam staat en niet is geschorst, ongeacht het feit dat de auto's ter sloop zijn aangeboden.
De Hoge Raad verklaarde het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk voor de arresten van het Hof Leeuwarden en het Hof Amsterdam betreffende diefstal en verzekeringsplicht, en wees het verzoek af voor de arresten van het Hof Amsterdam en het vonnis van de Rechtbank Arnhem. Hiermee werd de eerdere rechtspraak bevestigd en het verzoek tot herziening ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad wees het verzoek tot herziening af en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk voor meerdere arresten.