ECLI:NL:HR:2008:BD2740
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De verdediging diende een schriftuur in, maar deze voldeed niet aan de wettelijke vereisten omdat zij geen stellige en duidelijke klacht bevatte over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift. Bovendien werd een aanvulling op de schriftuur na de wettelijke termijn ingediend, waardoor deze niet in behandeling kon worden genomen.
De Advocaat-Generaal concludeerde primair dat de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard en subsidiair dat het beroep verworpen moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat alleen middelen van cassatie die voldoen aan de wettelijke eisen in behandeling kunnen worden genomen. Omdat de verdachte niet binnen de wettelijke termijn een juiste schriftuur had ingediend, kon hij niet ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad verklaarde de verdachte dan ook niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en liet het bestreden arrest van het gerechtshof in stand. Dit arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 24 juni 2008.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdige en niet conforme indiening van de middelen.