ECLI:NL:HR:2008:BD2740

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00333/07 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De verdediging diende een schriftuur in, maar deze voldeed niet aan de wettelijke vereisten omdat zij geen stellige en duidelijke klacht bevatte over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift. Bovendien werd een aanvulling op de schriftuur na de wettelijke termijn ingediend, waardoor deze niet in behandeling kon worden genomen.

De Advocaat-Generaal concludeerde primair dat de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard en subsidiair dat het beroep verworpen moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat alleen middelen van cassatie die voldoen aan de wettelijke eisen in behandeling kunnen worden genomen. Omdat de verdachte niet binnen de wettelijke termijn een juiste schriftuur had ingediend, kon hij niet ontvankelijk worden verklaard.

De Hoge Raad verklaarde de verdachte dan ook niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en liet het bestreden arrest van het gerechtshof in stand. Dit arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 24 juni 2008.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdige en niet conforme indiening van de middelen.

Uitspraak

24 juni 2008
Strafkamer
nr. 00333/07 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, Economische Kamer, van 4 september 2006, nummer 24/000236-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L.H.W.M. Koenen, advocaat te Lisse, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De schriftuur is mondeling toegelicht.
Een aanvulling op de schriftuur is eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen. De Hoge Raad kan op dit geschrift geen acht slaan.
De Advocaat-Generaal Schipper heeft primair geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep en subsidiair dat het beroep zal worden verworpen.
2. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 24 juni 2008.