ECLI:NL:HR:2008:BD2563

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01445/07
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens onvoldoende gronden tegen arrest Gerechtshof Arnhem

Op 8 juli 2008 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 12 september 2006. Het beroep betrof onder meer de betrouwbaarheid van de methode van snelheidsberekening en de motivering van de verwerping van het verzoek om een getuige-deskundige te horen.

De verdediging had middels haar advocaten middelen van cassatie voorgesteld, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden. Er waren geen rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgde dit advies. Er waren geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het bestreden arrest aanwezig. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

8 juli 2008
Strafkamer
nr. S 01445/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 12 september 2006, nummer 21/003043-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 8 juli 2008.