ECLI:NL:HR:2008:BD2471
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzoek tot herziening wegens ontbreken bewijsmiddelen persoonverwisseling
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter te Zutphen. Hij stelt dat de zaak hem niet bekend is en vreest dat zijn broer gebruik heeft gemaakt van zijn personalia.
De Hoge Raad beoordeelt het verzoek aan de hand van de wettelijke vereisten voor herziening, met name artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering. Deze artikelen schrijven voor dat een verzoek tot herziening moet steunen op nieuwe feiten die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het vonnis anders had moeten uitvallen. Tevens moet het verzoek een opgave van bewijsmiddelen bevatten waaruit deze feiten blijken.
De aanvrager heeft echter geen bewijsmiddelen aangeleverd die de vermeende persoonverwisseling ondersteunen. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de formele en inhoudelijke vereisten. De Hoge Raad verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk en wijst het af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bewijsmiddelen voor persoonverwisseling.