ECLI:NL:HR:2008:BD2417
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende ernstig vermoeden persoonsverwisseling bij rijden zonder rijbewijs
De aanvrager werd door de kantonrechter veroordeeld tot twee weken hechtenis wegens overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, omdat hij zonder rijbewijs had gereden. Tegen dit vonnis werd een verzoek tot herziening ingediend op grond van een vermeende persoonsverwisseling: niet de aanvrager, maar een neef zonder rijbewijs zou de auto hebben bestuurd.
De aanvrager ondersteunde zijn verzoek met een verklaring van zijn neef, waarin werd gesteld dat alle politiegegevens met betrekking tot het rijden zonder rijbewijs op naam van de aanvrager waren gezet terwijl zijn neef de bestuurder was. De Hoge Raad beoordeelde deze verklaring in samenhang met het proces-verbaal van de politie waarin stond dat de bestuurder zich had geïdentificeerd met een bromfietscertificaat met pasfoto.
De Hoge Raad oordeelde dat deze verklaring geen ernstig vermoeden van onjuistheid van de veroordeling oplevert zoals vereist in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv. De stelling dat de aanvrager wel een rijbewijs had, werd buiten beschouwing gelaten omdat het niet in lijn was met het standpunt dat zijn neef had gereden. Gezien deze omstandigheden werd het herzieningsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ernstig vermoeden dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid.