ECLI:NL:HR:2008:BD2402

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/079HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 419 lid 4 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering vrijwaring makelaar bij verkoop recreatiewoning

In deze zaak staat een geschil centraal tussen een eigenares/exploitante van een recreatiegebied en een makelaar over diens dienstverlening bij de verkoop van een recreatiewoning. Betrokkene 1 vorderde betaling van een bedrag van ƒ 20.522,24 van eiseres, die deze vordering betwistte en verweerster in vrijwaring riep.

De rechtbank veroordeelde eiseres tot betaling van € 8.054,60 aan betrokkene 1, maar wees haar vordering tot vrijwaring tegen verweerster af. Eiseres ging hiertegen in hoger beroep, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens stelde eiseres cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet vragen om beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en haar vordering tot vrijwaring tegen verweerster afgewezen.

Uitspraak

20 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/079HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) heeft bij exploot van 15 februari 2001 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank te Zutphen en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen om aan [betrokkene 1] te betalen een bedrag van
ƒ 20.522,24, met rente en kosten.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden en bij incidentele conclusie gevorderd [verweerster] in vrijwaring te mogen oproepen.
Bij tussenvonnis van 17 mei 2001 heeft de rechtbank [eiseres] toegestaan [verweerster] in vrijwaring te dagvaarden.
Bij exploot van 5 juni 2001 heeft [eiseres] in vrijwaring gevorderd dat [verweerster] gelijktijdig zal worden veroordeeld aan hem te betalen al datgene waartoe [eiseres] als gedaagde in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld.
De rechtbank heeft bij eindvonnis van 11 april 2002 in de hoofdzaak [eiseres] veroordeeld tot betaling van € 8.054,60 (ƒ 17.750,--) aan [betrokkene 1]. In de vrijwaring heeft de rechtbank de vordering van [eiseres] afgewezen.
[Eiseres] heeft [verweerster] aangezegd van het eindvonnis in de vrijwaringszaak in hoger beroep te komen en [verweerster] gedagvaard voor het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 10 oktober 2006 heeft het hof in de vrijwaringszaak het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro, zulks met veroordeling van [eiseres] in de door de Hoge Raad in de gegeven omstandigheden redelijke kosten op de voet van art. 419 lid 4 Rv Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 447,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.