ECLI:NL:HR:2008:BD2364
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen leden wrakingskamer Hoge Raad
De verzoeker heeft meerdere strafzaken tegen zich lopen waarin hij in hoger beroep door het Gerechtshof te Leeuwarden is veroordeeld voor verschillende strafbare feiten, waaronder afpersing, milieurechtelijke overtredingen en valsheid in geschrift.
Tegen deze arresten heeft de verzoeker cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Tijdens de cassatieprocedure heeft zijn raadsman een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden van de Strafkamer van de Hoge Raad die de cassatiezaken behandelen. Dit verzoek werd gevolgd door een wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer zelf, omdat deze weigerden verificatievragen te beantwoorden die de verzoeker wilde gebruiken om zijn vrees voor partijdigheid te onderbouwen.
De Hoge Raad oordeelt dat het wrakingsverzoek gebaseerd op de weigering om verificatievragen te beantwoorden, gelet op het procesverloop en de aard van het verzoek, kennelijk misbruik van recht is. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en blijft de samenstelling van de wrakingskamer ongewijzigd.
De beslissing is genomen door de raadsheren Numann, de Hullu en Thomassen en op 14 mei 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens kennelijk misbruik van recht.