ECLI:NL:HR:2008:BD0196

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/024HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 28 Onteigeningswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervroegde onteigening en vaststelling schadeloosstelling met peildatum

In deze zaak gaat het om vervroegde onteigening van delen van drie percelen gelegen in de gemeente [A]. De rechtbank 's-Hertogenbosch heeft op vordering van de Staat de onteigening uitgesproken en voorschotten op schadeloosstelling vastgesteld. Na deskundigenrapporten en procesdebat heeft de rechtbank de schadeloosstelling definitief vastgesteld, inclusief wettelijke rente.

De rechtbank bepaalde dat omdat [eiser 1] op de peildatum eigenaar was van alle drie de percelen, de overige mede-eigenaren geen afzonderlijk recht op schadeloosstelling hebben. Tegen dit vonnis is cassatie ingesteld door [eiser] c.s., die onder meer stelden dat zij ook recht op schadeloosstelling zouden hebben.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het cassatieberoep wordt verworpen en [eiser] c.s. worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

6 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/024HR
EV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
2. [Eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Eiseres 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Eiseres 6],
wonende te [woonplaats],
7. [Eiseres 7],
wonende te [woonplaats],
8. [Eiseres 8],
wonende te [woonplaats]
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instantie
Bij op 18 mei 2001 (in twee afzonderlijke rolzaken met nummers 61402/01-176 en 61664/01-241) uitgesproken vonnissen heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch op vordering van de Staat vervroegd de onteigening uitgesproken ten aanzien van de gedeelten van de volgende in de gemeente [A] (voorheen [B]) gelegen percelen:
1. perceel kadastraal bekend als [A 001], waarvoor verder geldt:
- totale oppervlakte : 8.230 m2
- onteigende gedeelte: 4.200 m2
- restant: 4.030 m2
2. perceel kadastraal bekend als [A 002] waarvoor verder geldt:
- totale oppervlakte: 27.230 m2
- onteigende gedeelten:: 22.825 m2 en 160 m2
- restant: 4.245 m2
3. perceel kadastraal bekend als [A 003], waavoor verder geldt:
- totale oppervlakte: 4.470 m2
- onteigende gedeelte: 130 m2
- restant: 4.340 m2
De rechtbank heeft voorts voorschotten op de schadeloosstelling bepaald en deskundigen benoemd ter begroting van de schade. De vonnissen zijn op 21 november 2001 in de openbare registers ingeschreven. Op 23 oktober 2001 heeft de descente als bedoeld in artikel 28 Onteigeningswet Pro plaatsgevonden, waarbij als rechter-commissaris mr. J.A. Bik aanwezig was. De deskundigen hebben, na eerst op 7 oktober 2004 aan de rechtbank en partijen een concept-rapport te hebben voorgelegd, op 13 oktober 2005 het definitieve rapport ter griffie van de rechtbank gedeponeerd. Na verder processueel debat heeft de rechtbank bij vonnis van 8 november 2006, voor zover van cassatie van belang, de schadeloosstelling voor [betrokkene 1] (curator van [eiser 1]), [betrokkene 2] (huurder) en [eiser 1] nader vastgesteld waarin begrepen de reeds betaalde voorschotten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf heden tot aan de dag der voldoening. Tevens heeft de rechtbank beslist nu [eiser 1] op de peildatum enig eigenaar was van de drie percelen, dat aan de overige gedaagden (oorspronkelijk mede-eigenaren) geen afzonderlijk recht op schadeloosstelling toekomt. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
[Eiser] c.s. hebben tegen het vonnis van de rechtbank van 8 november 2006 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 371,34 voor verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.