ECLI:NL:HR:2008:BC9528
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in verkrachtingszaak
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin hij is veroordeeld voor poging tot verkrachting, verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het hof had een gevangenisstraf van twee jaar opgelegd met terbeschikkingstelling en bevel tot verpleging.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest, waarbij onder meer werd geklaagd over de motivering van het hof ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelde dat de feitenrechter vrij is in de waardering van bewijs en dat het hof niet nader hoefde te motiveren waarom het de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar achtte.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, hetgeen strafvermindering rechtvaardigt. Daarom vernietigde de Hoge Raad de opgelegde strafduur en verminderde deze tot een jaar en tien maanden. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot een jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.