ECLI:NL:HR:2008:BC8969

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/026HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:310 lid 1 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verjaring vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen Stichting

Eisers hebben de Stichting Rechtsbijstand gedagvaard wegens onrechtmatig handelen en vorderden schadevergoeding. De rechtbank Breda wees de vorderingen af, welke beslissing werd bekrachtigd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Vervolgens stelden eisers beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde het middel en concludeerde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Daarbij speelde de verjaring van de vordering tot schadevergoeding een centrale rol, waarbij het moment van bekendheid van de schade bij de aansprakelijke persoon bepalend was.

De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de eisers in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef het oordeel van lagere instanties dat de vordering was verjaard en de Stichting niet aansprakelijk was, in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen wegens verjaring van de vordering tot schadevergoeding.

Uitspraak

30 mei 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/026HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
STICHTING RECHTSBIJSTAND,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] c.s. hebben bij exploot van 16 september 2003 de Stichting gedagvaard voor de rechtbank Breda en gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat de Stichting onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld en de Stichting te veroordelen tot schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.
De Stichting heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 3 november 2004 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 29 augustus 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Stichting mede door mr. R.J. van Galen, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 mei 2008.