ECLI:NL:HR:2008:BC8651
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid van het niet oormerken van schapen en varkens ondanks dierenwelzijnsverweer
De zaak betreft een verdachte die op 11 juli 2003 schapen en varkens hield zonder dat deze dieren waren voorzien van de wettelijk voorgeschreven oormerken. De verdachte voerde aan dat het aanbrengen van oormerken een vorm van dierenmishandeling is, verboden op grond van artikel 36 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD), en dat zij haar dieren op een andere wijze had geïdentificeerd zonder deze te mishandelen.
Het Hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het aanbrengen van oormerken niet onder het dierenmishandelingverbod valt, omdat deze ingreep specifiek is toegestaan en voorgeschreven door Europese regelgeving, geïmplementeerd in artikel 40 GWWD Pro en bijbehorende besluiten en regelingen. Tevens stelde het Hof vast dat het verboden is dieren zonder het voorgeschreven oormerk te houden.
De verdachte voerde ook aan dat de nieuwe Europese Verordening (EG) nr. 21/2004, die vanaf 9 juli 2005 geldt, de oude verplichtingen uit Richtlijn 92/102/EEG vervangt en dat deze nieuwe regels niet van toepassing zijn op schapen geboren voor die datum. Het Hof verwierp dit standpunt en bevestigde dat de oude regels nog steeds gelden voor dieren geboren voor 9 juli 2005.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. De strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het niet oormerken van dieren blijft van kracht, ook wanneer de verdachte zich beroept op dierenwelzijnsgronden. De overgangsregeling in de Europese verordening werd eveneens bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het niet oormerken van dieren en verwierp het beroep van de verdachte.