ECLI:NL:HR:2008:BC8133
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid tenuitvoerlegging buitenlandse interneringsmaatregel bij ontoerekeningsvatbaarheid
In deze zaak heeft de Belgische overheid verzocht om de tenuitvoerlegging in Nederland van een interneringsmaatregel opgelegd aan de veroordeelde wegens ernstige zedendelicten. De Nederlandse rechtbank verklaarde deze tenuitvoerlegging toelaatbaar en legde de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op, omdat de veroordeelde naar Nederlands recht als ontoerekeningsvatbaar werd beschouwd.
De veroordeelde stelde cassatie in tegen deze beslissing met het argument dat tenuitvoerlegging niet mogelijk zou zijn indien hij volgens Nederlands recht niet strafbaar zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) juist voorziet in de mogelijkheid om een buitenlandse sanctie van gedwongen opname toe te laten leggen, ook als de strafbaarheid volgens Nederlands recht ontbreekt vanwege ontoerekeningsvatbaarheid.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd dat de tenuitvoerlegging toelaatbaar was en dat de maatregel passend was gezien het psychiatrisch oordeel over de veroordeelde. Het beroep werd verworpen, waarmee de tenuitvoerlegging van de interneringsmaatregel in Nederland werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van de tenuitvoerlegging van de buitenlandse interneringsmaatregel en legt de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging op.