ECLI:NL:HR:2008:BC7711

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13606HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden

De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) door verzoeker, dat door de rechtbank is afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro b van de Faillissementswet, omdat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet nodig, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd. Dit betekent dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling definitief is afgewezen vanwege het niet te goeder trouw ontstaan van de schulden.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens het niet te goeder trouw ontstaan van schulden.

Uitspraak

25 april 2008
Eerste Kamer
Nr. 07/13606HR
IV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H. Oldenhof.
Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechtbank heeft bij vonnis van 29 oktober 2007 het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 12 december 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk , en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 25 april 2008.