ECLI:NL:HR:2008:BC5884

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/113HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vervroegde onteigening voor aanleg weg

De Gemeente Haarlemmermeer heeft [eiser] gedagvaard om vervroegde onteigening van onroerende zaken ten behoeve van de aanleg van een weg uit te spreken. De rechtbank Haarlem heeft op 14 maart 2007 de vordering van de Gemeente toegewezen en het aanbod tot schadeloosstelling vastgesteld.

[Eiser] stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en [eiser] veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het vonnis van de rechtbank in stand en wordt de vervroegde onteigening bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis tot vervroegde onteigening blijft in stand.

Uitspraak

18 april 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/113HR
IV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.P. van Delden,
t e g e n
DE GEMEENTE HAARLEMMERMEER,
zetelende te Hoofddorp,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
De Gemeente heeft bij exploot van 19 oktober 2006 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd:
bij vervroeging uit te spreken de onteigening van het in de dagvaarding genoemde, ter onteigening aangewezen onroerende zaken, zulks met nevenvorderingen;
bij dagvaarding van het aanbod bij antwoord het bedrag van de schadeloosstelling vast te stellen op € 39.500,--;
indien het aanbod niet alsnog wordt aanvaard, het voorschot te bepalen op 100% van het aangeboden bedrag.
De rechtbank heeft bij vonnis van 14 maart 2007 de vordering van de Gemeente toegewezen.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van 14 maart 2007 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 6 maart 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 april 2008.