ECLI:NL:HR:2008:BC4205
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling bij zware mishandeling pleegzoon
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling van haar pleegzoon. De mishandelingen bestonden uit het toebrengen van brandwonden en andere letsels door middel van onder meer het plaatsen van het slachtoffer op een hete kachel en het steken met een verhitte vork.
Verdachte voerde in hoger beroep onder meer aan dat zij handelde in verontschuldigbare dwaling omtrent de wederrechtelijkheid van haar gedragingen, omdat het slaan van kinderen in haar geboorteland Angola gebruikelijk is en zij niet bekend was met de Nederlandse normen. Dit verweer werd door het hof verworpen omdat niet aannemelijk was dat verdachte ten tijde van de feiten meende dat haar gedragingen geoorloofd waren volgens Nederlands recht.
Daarnaast werd het advies van een psychiater om verdachte een klinisch psychiatrische behandeling op te leggen terzijde gelegd door het hof vanwege de illegale verblijfsstatus van verdachte in Nederland. De Hoge Raad oordeelt dat deze terzijdestelling feitelijk is ingegeven door de onuitvoerbaarheid van de behandeling onder deze omstandigheden en niet uitsluitend door de illegale status.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof, waarbij de straf van twee jaar en zes maanden gevangenisstraf gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twee jaar en zes maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.