ECLI:NL:HR:2008:BC4089
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende vermoeden psychische stoornis ten tijde van het strafbare feit
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Haarlem, waarbij de aanvrager was veroordeeld wegens het bezit van een vals reisdocument. De aanvrager stelde dat zij ten tijde van het strafbare feit leed aan een psychische stoornis, waardoor het oorspronkelijke onderzoek en vonnis onjuist zouden zijn geweest indien deze omstandigheid bekend was geweest.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 lid 1 sub Pro 2 Sv, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten of omstandigheden die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid, zoals vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging. Uit de ingediende stukken bleek echter onvoldoende dat de psychische stoornis van de aanvrager zodanig was dat het bewezenverklaarde feit haar niet kon worden toegerekend.
De Hoge Raad concludeerde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten voor herziening en dat er geen ernstig vermoeden bestond dat de Politierechter anders had beslist indien de stoornis bekend was geweest. Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen wegens onvoldoende ernstig vermoeden van een psychische stoornis die tot ontslag van rechtsvervolging zou leiden.