ECLI:NL:HR:2008:BC3509
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor venten zonder vergunning ondanks verweer uitzondering APV
Verdachte werd door het Hof veroordeeld wegens het zonder vergunning venten van kaas op de openbare weg in de gemeente Asten. De bewezenverklaring berustte op proces-verbalen van opsporingsambtenaren die constateerden dat verdachte met een bakfiets van deur tot deur ging en goederen te koop aanbood zonder vergunning.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij slechts bestellingen afleverde aan vaste klanten en dat hij onder de uitzondering van artikel 5.2.2 lid 2 sub b APV viel, die het afleveren van goederen mede ter exploitatie van een winkel toestaat. Het Hof veroordeelde hem desalniettemin wegens het aanbieden van goederen zonder vergunning.
In cassatie klaagde verdachte dat het Hof niet gemotiveerd had beslist op dit verweer. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit had moeten doen, maar dat het verweer geen cassatiegrond opleverde omdat het bewezenverklaarde handelen niet onder de uitzondering viel. De Hoge Raad verwierp daarom het beroep en bevestigde het vonnis van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor venten zonder vergunning.