ECLI:NL:HR:2008:BC3406
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens ontbreken bewijsmiddelen
De aanvrager was door de Politierechter veroordeeld wegens medeplegen en bezit van een vals waardekaartje, met een opgelegde werkstraf en subsidiaire hechtenis. De aanvrager diende een verzoek tot herziening in bij de Hoge Raad, waarin werd gesteld dat er sprake zou zijn van persoonsverwisseling en andere omstandigheden die tot vrijspraak of ontslag zouden moeten leiden.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek en stelde vast dat de aanvraag geen opgave van bewijsmiddelen bevatte die de genoemde omstandigheden konden staven, zoals vereist op grond van artikel 459 Sv Pro. Zonder deze opgave kan het verzoek niet worden ontvangen en is het niet-ontvankelijk.
Daarnaast merkte de Hoge Raad op dat de omstandigheden waarop het verzoek steunt reeds bekend waren uit het dossier dat aan de Hoge Raad ter beschikking stond. Dit betekent dat deze omstandigheden geen nieuwe gronden voor herziening opleveren. De enkele aanwezigheid van een onduidelijke camera-opname in het dossier kan geen persoonsverwisseling aantonen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de strikte eisen aan herzieningsverzoeken en het belang van nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde feiten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een opgave van bewijsmiddelen.