ECLI:NL:HR:2008:BC3303

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/303HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over schadevergoeding na onderhandse verkoop van verpande goederen

Pantapharma Beheer B.V. vorderde bij de rechtbank Utrecht betaling van een geldbedrag van eiser en betrokkene 1, welke vordering werd bestreden en in reconventie gevolgd door een schadevergoedingseis van eiser en betrokkene 1 wegens onrechtmatig handelen van Pantapharma.

De rechtbank wees de vordering van Pantapharma af en kende gedeeltelijk schadevergoeding toe aan eiser. Pantapharma ging in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat het vonnis grotendeels vernietigde en eiser veroordeelde tot betaling van een bedrag aan Pantapharma.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Tevens werd eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

4 april 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/303HR
IV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
PANTAPHARMA BEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Pantapharma.
1. Het geding in feitelijke instanties
Pantapharma heeft bij exploot van 7 december 1998 [eiser] en [betrokkene 1] gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiser] en [betrokkene 1] te veroordelen tot betaling van ƒ 975.786,-- met rente en kosten.
[Eiser] en [betrokkene 1] hebben de vordering bestreden en in reconventie gevorderd, kort gezegd, een verklaring voor recht dat Pantapharma jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld en een veroordeling van Pantapharma tot betaling aan hen van een schadevergoeding van ƒ 1.310.637,05 met rente.
Bij tussenvonnis van 10 februari 1999 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast. Ter comparitie van 3 maart 1999 heeft de rechtbank aan beide partijen een bewijsopdracht gegeven.
Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij eindvonnis van 21 februari 2001 de vordering in conventie van Pantapharma afgewezen, en in reconventie de vordering van [betrokkene 1] afgewezen en die van [eiser] ten dele toegewezen.
Tegen de vonnissen van de rechtbank heeft Pantapharma hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Na tussenarresten van 27 februari 2003 en 6 mei 2004, heeft het hof bij eindarrest van 13 juli 2006 het eindvonnis van de rechtbank grotendeels vernietigd en [eiser] veroordeeld tot betaling van € 81.046,23 aan Pantapharma.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Pantapharma heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Pantapharma begroot op € 2.501,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 april 2008.