ECLI:NL:HR:2008:BC3163

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
41104
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • C.J.J. van Maanen
  • J.W.M. Tijnagel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15, lid 7, Wet LB 1964
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting voor werkkleding verhuisbedrijf

Belanghebbende, een verhuisbedrijf, kreeg voor het jaar 1998 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze uitspraak ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde of het hof de term "bedrijf" in het Besluit nr. CPP 2000/1223 M correct had uitgelegd. Het hof had de term "bedrijf" niet beperkt tot "onderneming", maar uitgelegd als een "tak van bedrijvigheid", in casu het verhuisbedrijf van belanghebbende. De Hoge Raad vond deze uitleg juist en verwierp het middel wegens gebrek aan feitelijke grondslag.

Andere middelen van belanghebbende werden eveneens ongegrond verklaard, omdat ze geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting blijft in stand.

Uitspraak

Nr. 41.104
1 februari 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 mei 2004, nr. P 03/03922, betreffende een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. Het eerste middel klaagt onder meer dat het Hof een te beperkte uitleg heeft gegeven aan de term "bedrijf" (in het samenstel "bedrijf of beroep") als bedoeld in onderdeel 6 van het Besluit van 31 juli 2000, nr. CPP 2000/1223 M (BNB 2000/313). Deze klacht faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het Hof heeft niet miskend dat de term "bedrijf" in onderdeel 6 van dit Besluit niet moet worden uitgelegd als "onderneming", maar als "tak van bedrijvigheid". Waar het Hof spreekt over "het bedrijf van belanghebbende", en over "een bepaald bedrijf", doelt het kennelijk op de door belanghebbende uitgeoefende tak van bedrijvigheid, het verhuisbedrijf.
3.2. De middelen kunnen voor het overige evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft geen nadere motivering, nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2008.