ECLI:NL:HR:2008:BC2922
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van taakstraf en motivering bij overtreding Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam voor het zich ophouden op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam met het oog op de handel in verdovende middelen, in strijd met artikel 2.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam.
De Hoge Raad beoordeelt twee middelen: het eerste middel betrof de vermeende onduidelijkheid van de tenlastelegging vanwege de bewoording 'zich heeft opgehouden', en het tweede middel betrof de motivering van de opgelegde straf. De Hoge Raad oordeelt dat de term 'zich ophouden' voldoende feitelijke betekenis heeft in de zin van 'vertoeven' of 'verblijven', zodat de tenlastelegging voldoet aan de eisen van artikel 261, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.
Voorts bevestigt de Hoge Raad dat de strafoplegging toereikend is gemotiveerd. Het hof heeft in het proces-verbaal van de terechtzitting de bijzondere redenen vermeld die de keuze voor een werkstraf en een voorwaardelijke vrijheidsstraf in plaats van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf hebben bepaald, waarbij persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn meegewogen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft het arrest van het hof, waarmee de verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren werkstraf, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke hechtenis van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot een taakstraf van 50 uren en een voorwaardelijke hechtenis van 2 weken.