ECLI:NL:HR:2008:BC2802

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/006HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering in civiele zaak na hoger beroep

Eiser heeft verweerder gedagvaard en gevorderd om betaling van een bedrag van €14.808,13 met rente en kosten. De rechtbank wees de vordering af, waarna eiser hoger beroep instelde. Verweerder stelde incidenteel hoger beroep in. Het gerechtshof bekrachtigde bij arrest de vonnissen van de rechtbank. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

Verweerder was niet verschenen in cassatie, en verstek werd tegen hem verleend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser geen aanleiding geven tot cassatie, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, met nihil aan de zijde van verweerder.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven en Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 28 maart 2008.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

28 maart 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/006HR
JMH/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 11 oktober 2002 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, na vermeerdering van eis bij conclusie van repliek en kort gezegd, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een totaal bedrag van € 14.808,13 met wettelijke rente en kosten.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 7 januari 2004 [eiser] tot bewijslevering te hebben toegelaten, bij eindvonnis van 30 juni 2004 de vorderingen afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Verweerder] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 26 september 2006 heeft het hof in het principaal en incidenteel appel de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 februari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 28 maart 2008.