ECLI:NL:HR:2008:BC2801
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor niet nagekomen overeenkomst in vennootschapsrecht
Deze zaak betreft een geschil tussen een Belgische vennootschap en een bestuurder over de aansprakelijkheid voor het niet nakomen van een overeenkomst. Na eerdere procedures bij rechtbank en gerechtshof, waarbij het hof het beroep grotendeels verwierp en de bestuurder veroordeelde tot betaling van wettelijke rente, is tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld door beide partijen.
De Hoge Raad verwijst naar het eerdere arrest van 12 maart 2004 waarin het gerechtshof te 's-Hertogenbosch werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het hof Arnhem. Na verdere behandeling heeft het hof Arnhem bij eindarrest van 23 mei 2006 het beroep van de bestuurder verworpen en het incidenteel appel deels toegewezen met betrekking tot de rente.
In het cassatieberoep worden de aangevoerde klachten door de Hoge Raad niet ontvankelijk geacht voor verdere behandeling, omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad verwerpt daarom het principale en het incidentele beroep en bevestigt het arrest van het hof Arnhem.
De Hoge Raad veroordeelt beide partijen in de kosten van het cassatiegeding en spreekt het arrest uit op 11 april 2008. Hiermee is de aansprakelijkheid van de bestuurder voor de niet nagekomen overeenkomst definitief vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Arnhem.