ECLI:NL:HR:2008:BC2769
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding na tussentijdse opzegging bemiddelingsovereenkomst
Eiseres, een projectontwikkelaar, vorderde van Achmea een schadevergoeding van €336.932,08 wegens de tussentijdse opzegging van hun bemiddelingsovereenkomst. De rechtbank Zutphen wees de vordering af, wat door het gerechtshof Arnhem werd bekrachtigd. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseres niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, aangezien er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiseres in de proceskosten, waarbij de kosten aan de zijde van Achmea nihil werden begroot. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand en werd de vordering van eiseres definitief afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de schadevergoeding.