ECLI:NL:HR:2008:BC2159

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/003HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens alcoholverslaving

Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend om toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) op hem te verklaren. De rechtbank wees dit verzoek op 30 oktober 2006 toe. Tegen deze beschikking stelde verzoeker hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank op 2 januari 2007 bekrachtigde.

Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoeker geen aanleiding geven tot cassatie, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van de lagere rechterlijke instanties dat de alcoholverslaving van verzoeker een belemmering vormt voor de nakoming van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, waardoor toepassing daarvan niet gerechtvaardigd is.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege alcoholverslaving.

Uitspraak

18 januari 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/003HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 juni 2006 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
De rechtbank heeft bij beschikking 30 oktober 2006 het verzoek toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 2 januari 2007 heeft het hof de bestreden uitspraak bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 januari 2008.