ECLI:NL:HR:2008:BC1965
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over renteaftrek tweede woning in Portugal
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1999 en 2000 aanslagen inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werden verminderd. Tegen de beslissingen van het Hof, dat de beroepen ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep over 1999 ongegrond was, maar dat het beroep over 2000 gegrond was vanwege een motiveringsgebrek.
Specifiek ging het om de vraag of een bedrag van ƒ 24.464 aan rente en kosten, gerelateerd aan een hypotheekschuld voor een tweede woning in Portugal, in aanmerking mocht worden genomen bij het belastbare inkomen. De Inspecteur had erkend dat een deel van de hypotheekschuld verband hield met die tweede woning en dat het belastbare inkomen verminderd kon worden op grond van de Wet. Het Hof had echter onvoldoende gemotiveerd waarom het beroep van de Inspecteur op interne compensatie werd afgewezen.
De Hoge Raad verwees de zaak over 2000 terug naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Daarnaast werd het griffierecht van € 103 aan belanghebbende vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het arrest werd uitgesproken door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Het cassatieberoep over 1999 werd ongegrond verklaard, het beroep over 2000 gegrond verklaard en de zaak verwezen voor verdere behandeling.