ECLI:NL:HR:2008:BC1850

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/266HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering in geschil over huurovereenkomst met koopoptie

In deze zaak stond een geschil centraal over de totstandkoming van een huurovereenkomst voorzien van een koopoptie. Verweerder had eiseres gedagvaard en gevorderd dat eiseres mee zou werken aan de overdracht van het betreffende pand tegen betaling van de koopsom, met een dwangsom bij niet-nakoming en een bedrag van €7.535,04 met rente en kosten.

De kantonrechter wees de vordering af, maar het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde dit vonnis en wees de vordering grotendeels toe. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen dit arrest. Verweerder werd verstek verleend.

De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand, waarmee de vordering van verweerder grotendeels werd toegewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof dat de vordering grotendeels toewijst.

Uitspraak

1 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/266HR
MK/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot [eiseres] gedagvaard voor de kantonrechter te Eindhoven en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen mede te werken aan het transport van het in de inleidende dagvaarding nader omschreven pand, onder verplichting van [verweerder] tot betaling van de vastgestelde koopsom, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en [eiseres] te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 7.535,04, met rente en kosten.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 2 september 2004 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Eiseres] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 10 januari 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [verweerder] grotendeels toegewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft op 7 december 2007 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 februari 2008.