ECLI:NL:HR:2008:BC1832
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens feitelijk leidinggeven aan overtredingen sociale verzekeringswetten
De aanvrager werd door de Rechtbank veroordeeld wegens feitelijk leidinggeven aan het niet nakomen van verplichtingen uit sociale verzekeringswetten en het Loonadministratiebesluit. Hij werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar en een werkstraf van 240 uur.
Na de veroordeling werden door het UWV en de Belastingdienst correcties en verminderingen doorgevoerd op eerder opgelegde correctienota's, naheffingsaanslagen en boetes. De aanvrager stelde dat deze nieuwe feiten, waaronder een lagere boete en gewijzigde kwalificaties, tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een minder zware straf hadden moeten leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid. Verminderingen achteraf betekenen niet automatisch dat de straf niet had mogen worden opgelegd. Bovendien betroffen de nieuwe naheffingsaanslagen en boetes feiten die niet hetzelfde zijn als waarvoor de aanvrager was veroordeeld, zodat het ne bis in idem-beginsel niet werd geschonden.
De Hoge Raad concludeerde dat de aanvrage tot herziening kennelijk ongegrond is en wees deze af. Hiermee blijft de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf.