ECLI:NL:HR:2008:BC1245

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/280HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid curator bij niet tijdige inschrijving ter rolle in paulianazaak

De curator in het faillissement van een betrokkene heeft eisers gedagvaard met het verzoek de koopovereenkomst en overdracht van een nalatenschapsdeel nietig te verklaren en betaling van een bedrag te vorderen. De rechtbank verklaarde de curator niet-ontvankelijk wegens niet tijdige inschrijving ter rolle. Het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde de curator ontvankelijk, wijzend op instemming met een latere roldatum door het verschijningsgedrag van eisers.

Eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl de curator voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eisers niet tot cassatie konden leiden en dat het incidentele beroep niet aan de orde kwam.

De Hoge Raad bevestigde dat instemming met een latere roldatum kan worden aangenomen indien partijen zonder bezwaar verschijnen, en dat de curator ontvankelijk is. De Hoge Raad veroordeelde eisers in de kosten van het cassatiegeding en verwierp het cassatieberoep.

Deze uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de rolinschrijving en de gevolgen van het niet tijdig aanvoeren van bezwaren tegen een latere roldatum, met name in faillissements- en paulianazaken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van de curator wegens instemming met de latere roldatum.

Uitspraak

14 maart 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/280HR
MK/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. Petrus Wilhelmus Henricus Maria HAANS,
wonende te Bergen op Zoom,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
De curator heeft bij exploot van 24 juli 2000 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd, kort gezegd en na wijziging van eis:
1. de koopovereenkomst en overdracht in eigendom bij notariële akte van 12 juli 1991 door [betrokkene 1] met [eiser] c.s. van de helft van de nalatenschap van zijn overleden moeder en de schenking van de koopsom van ƒ 75,000,-- nietig te verklaren;
2. [Eiser] c.s. (ieder van hen afzonderlijk) te veroordelen om aan de curator te betalen een bedrag van ƒ 18.750,--;
met rente en kosten.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 2 juli 2002 de curator niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
Tegen dit vonnis heeft de curator hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na een tussenarrest van 26 juli 2005 heeft het hof bij eindarrest van 11 april 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering onder 1. toegewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door mr. J.P. Heering, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 25 januari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 maart 2008.