ECLI:NL:HR:2008:BB5927
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Betaling meerkosten bodemsanering na wijziging saneringsmethode en bewijsvermoeden
In deze zaak draaide het om de vraag of eiser gehouden was tot betaling van meerkosten voor een gewijzigde saneringsmethode van bodemverontreiniging op zijn perceel. Eiser had een perceel verkocht met de afspraak dat hij de sanering zou uitvoeren. LBS voerde de sanering uit, maar stelde vast dat de hoeveelheid verontreiniging groter was dan aanvankelijk gedacht, waardoor een aangepaste en duurdere saneringsmethode noodzakelijk was.
LBS factureerde de meerkosten, maar eiser weigerde te betalen en stelde dat de oorspronkelijke garantie in de offerte van 11 april 2001 deze kosten uitsloot. Het hof oordeelde dat tussen partijen een nadere overeenkomst tot stand was gekomen waarin de gewijzigde saneringsmethode tegen meerkosten was overeengekomen, en dat eiser niet geslaagd was in het leveren van tegenbewijs tegen het bewijsvermoeden dat hij hiermee had ingestemd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de oorspronkelijke overeenkomst door de nadere overeenkomst was vervangen. Ook werd geoordeeld dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid zich niet verzetten tegen het in rekening brengen van de meerkosten. Daarmee werd de vordering van LBS tot betaling van de facturen en een beperkte vergoeding voor winstderving toegewezen, en de vordering van eiser tot vergoeding van kosten voltooiing sanering door derden afgewezen.
Uitkomst: Eiser is gehouden tot betaling van de meerkosten sanering op grond van de nadere overeenkomst en veroordeeld in de kosten.