ECLI:NL:HR:2008:BB0428
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt tariefsonderscheid successierecht voor buitenlandse ANBI
Belanghebbende, een algemeen nut beogende instelling (ANBI) gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, ontving in 2002 een verkrijging uit een nalatenschap van een in Nederland woonachtige overledene. De Inspecteur legde een aanslag successierecht op tegen het hoge tarief van circa 50%, terwijl belanghebbende het lage tarief van 11% had berekend op grond van artikel 24, lid 4, Successiewet. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het tariefsonderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse ANBI's niet in strijd was met het EG-Verdrag.
De Hoge Raad stelt echter dat het EG-Verdrag artikel 56 het Pro maken van onderscheid op grond van vestigingsplaats verbiedt, tenzij een rechtvaardiging op grond van artikel 58 EG Pro kan worden gegeven. Het ontbreken van een wederkerigheidsverklaring door het Verenigd Koninkrijk vormt geen rechtvaardiging. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest en de aanslag, vermindert de aanslag tot het lage tarief en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat fiscale controle mogelijk is zonder categorische uitsluiting van buitenlandse ANBI's van het gunstige tarief, bijvoorbeeld door het verlangen van bewijsstukken. De Hoge Raad wijst tevens de kostenveroordelingen toe aan de zijde van belanghebbende en wijst de Staat aan als de vergoedingsplichtige partij.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag successierecht tot het lage tarief voor buitenlandse ANBI's.