ECLI:NL:HR:2008:BA3851
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Overleggingsplicht en geheimhouding van fiscale stukken in KBLux-zaak
In deze zaak gaat het om de vraag welke stukken de fiscus moet overleggen in een procedure over verzwegen buitenlandse bankrekeningen bij Kredietbank Luxemburg. De belanghebbende wordt verdacht van het niet opgeven van deze rekeningen, waarna de fiscus een naheffingsaanslag met een verhoging oplegde.
De belanghebbende verzocht om overlegging van het draaiboek, nieuwsbrieven en microfiche-afschriften die betrekking hebben op het fiscale onderzoek. Het hof oordeelde dat de fiscus niet verplicht is alle achterliggende stukken te overleggen, mits de belanghebbende de juistheid van de overgelegde stukken kan betwisten en de fiscus daarna zijn stelplicht en bewijslast nakomt.
De Hoge Raad stelt dat alle stukken die relevant kunnen zijn voor de zaak onder de overleggingsplicht van artikel 8:42 Awb Pro vallen, met uitzondering van redelijke beperkingen vanwege praktische uitvoerbaarheid. Uitzonderingen op de overleggingsplicht kunnen worden gemaakt op grond van artikel 8:29 Awb Pro, waarbij de rechter beoordeelt of er gewichtige redenen zijn voor geheimhouding, zoals privacy of bescherming van de procespositie.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor beoordeling van het subsidiaire beroep van de fiscus op geheimhouding. Hiermee wordt beoogd rechtseenheid te scheppen over de reikwijdte van de overleggingsplicht en de toepassing van de uitzonderingen daarop.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor beoordeling van de geheimhoudingsgronden ex art. 8:29 Awb.