ECLI:NL:HR:2008:AZ6897

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43057
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P.J. van Amersfoort
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake landbouwvrijstelling en uitstel winstneming

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 1.757.030.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van het hofarrest en verwijzing naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.

De Hoge Raad oordeelde echter dat belanghebbende en de inspecteur vooraf hadden ingestemd met een procesafspraak waarbij de zaak van de broer van belanghebbende zou worden uitgeprocedeerd en dat de uitkomst daarvan leidend zou zijn voor de aanpassing van de aanslag van belanghebbende. Hierdoor ontbrak belanghebbende aan belang bij cassatie en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad wees verder af dat proceskosten aan belanghebbende werden opgelegd en sprak het arrest uit op 25 januari 2008.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij toetsing.

Uitspraak

Nr. 43.057
25 januari 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X2 te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 januari 2006, nr. 02/04260, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 1.757.030. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 14 december 2006 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep, tot vernietiging van de uitspraak van het Hof en tot verwijzing van het geding naar een ander gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing van de zaak.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het Hof heeft - in cassatie onbestreden - vastgesteld dat alle betrokken partijen uitdrukkelijk hebben verklaard akkoord te gaan met de procesafspraak dat de zaak van de broer van belanghebbende, met het nummer 02/04295, zal worden uitgeprocedeerd en dat, indien de onherroepelijke uitkomst van die zaak daartoe aanleiding geeft, de Inspecteur de onderhavige aanslag ambtshalve dienovereenkomstig dient aan te passen. Hierin ligt besloten dat belanghebbende en de Inspecteur op voorhand hebben bewilligd in de toepassing in belanghebbendes geval van de onherroepelijke uitkomst van die zaak, zoals die blijkt uit het heden onder nummer 43056 gewezen arrest, zodat belanghebbende geen belang heeft bij toetsing in cassatie van de ten aanzien van hem gedane uitspraak van het Hof. Het beroep in cassatie moet mitsdien niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort, P. Lourens, C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2008.