ECLI:NL:HR:2008:AZ6897
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake landbouwvrijstelling en uitstel winstneming
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 1.757.030.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van het hofarrest en verwijzing naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad oordeelde echter dat belanghebbende en de inspecteur vooraf hadden ingestemd met een procesafspraak waarbij de zaak van de broer van belanghebbende zou worden uitgeprocedeerd en dat de uitkomst daarvan leidend zou zijn voor de aanpassing van de aanslag van belanghebbende. Hierdoor ontbrak belanghebbende aan belang bij cassatie en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad wees verder af dat proceskosten aan belanghebbende werden opgelegd en sprak het arrest uit op 25 januari 2008.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij toetsing.