ECLI:NL:HR:2007:BC0165
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herstelbeschikking voorwaardelijke machtiging wegens schending hoor en wederhoor
De officier van justitie verzocht op 7 mei 2007 bij de rechtbank Utrecht om een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor betrokkene. De rechtbank verleende deze op 12 juni 2007 voor zes maanden, ingaande die datum. Op 2 augustus 2007 wijzigde de rechtbank deze beschikking via een herstelbeschikking en verlengde de geldigheidsduur tot twaalf maanden.
Betrokkene stelde beroep in cassatie tegen deze herstelbeschikking. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de wijziging had doorgevoerd zonder betrokkene of haar advocaat vooraf de mogelijkheid te bieden zich hierover uit te laten, wat in strijd is met artikel 31 lid 1 Rv Pro en het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor.
Daarnaast was betrokkene pas op 9 november 2007 per post geïnformeerd over de herstelbeschikking, waardoor het cassatieberoep tijdig was ingesteld. De Hoge Raad vernietigde daarom de herstelbeschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
De uitspraak benadrukt het belang van het respecteren van het hoor en wederhoor-beginsel bij het wijzigen van rechterlijke beschikkingen en bevestigt dat herstelbeschikkingen niet buiten het toepassingsgebied van artikel 31 Rv Pro mogen treden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de herstelbeschikking wegens schending van het hoor en wederhoor-beginsel en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.