ECLI:NL:HR:2007:BC0045
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht Wet van 18 december 1995 inzake btw-constructies onroerende zaken
De zaak betreft het beroep in cassatie van Stichting Goed Wonen tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem over de terugwerkende kracht van de Wet van 18 december 1995, die gericht is op het bestrijden van btw-constructies met onroerende zaken.
De Hoge Raad verwijst naar een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarin is vastgesteld dat terugwerkende kracht uitzonderlijk is toegestaan indien dit noodzakelijk is voor een algemeen belang en het vertrouwen van betrokkenen wordt gerespecteerd. De wetgever had de terugwerkende kracht ingevoerd om te voorkomen dat tijdens de wetgevingsprocedure op grote schaal fiscale constructies zouden worden opgezet.
De Hoge Raad oordeelt dat het risico van het opzetten van dergelijke constructies voldoende groot was en dat belanghebbenden door persberichten adequaat waren geïnformeerd om de gevolgen te begrijpen. Stichting Goed Wonen had bovendien professioneel advies ingewonnen en kon niet onwetend zijn over de mogelijke wetswijziging.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van de wet wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de terugwerkende kracht van de Wet van 18 december 1995.