ECLI:NL:HR:2007:BB9532
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Uitleg van artikel 41 lid 6 Wet WOZ over waardepeildatum en tegenbewijsregeling
Belanghebbende was eigenaar van een onroerende zaak in de gemeente Zoeterwoude, die als wetsfictiegemeente voor het eerste WOZ-tijdvak de waardepeildatum 1 januari 1992 hanteerde in plaats van 1 januari 1995.
De waarde van de onroerende zaak werd vastgesteld op basis van de peildatum 1992, maar belanghebbende maakte bezwaar en liet een taxatie uitvoeren met peildatum 1995. Het Hof stelde vast dat door afschrijvingen tussen 1992 en 1995 de waarde op 1 januari 1995 lager was dan op 1 januari 1992, en paste daarom de waardepeildatum 1995 toe.
Het college van burgemeester en wethouders stelde cassatieberoep in met het argument dat afschrijvingen niet onder de tegenbewijsregeling van artikel 41 lid 6 Wet Pro WOZ vallen. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de wet geen beperking kent en dat het Hof terecht de lagere waarde op basis van peildatum 1995 heeft vastgesteld.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders is ongegrond verklaard en de waarde is vastgesteld op basis van de waardepeildatum 1 januari 1995.