ECLI:NL:HR:2007:BB9421

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/205HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over levering boerderij met asbest en schending mededelingsplicht verkoper

Eiseres vorderde van verweerders betaling van een bedrag wegens gebreken aan een geleverde boerderij, waarin asbesthoudend materiaal was aangetroffen. De rechtbank wees de vordering af en het hof bekrachtigde dit vonnis, waarbij tevens werd geoordeeld over de schending van de mededelingsplicht door de verkoper en de conformiteitseis volgens art. 7:17 BW Pro.

Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding, terwijl verweerders verstek lieten gaan. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren van Buchem-Spapens, Hammerstein, Streefkerk en uitgesproken door Numann op 7 december 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de eerdere afwijzing van haar vordering bevestigd.

Uitspraak

7 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/205HR
MK/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: mrs. D.M. de Knijff en R.L. Bakels,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 24 december 2003 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Assen en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 117.364,67, met rente en kosten.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 22 september 2004 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 12 april 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en hetgeen [eiseres] in hoger beroep meer of anders heeft gevorderd afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 12 oktober 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.