ECLI:NL:HR:2007:BB9132
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging psychiatrische opname wegens schending hoor en wederhoor
De officier van justitie diende bij de rechtbank een verzoek in tot voorlopige machtiging voor opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Na het horen van betrokkene en haar advocaat benoemde de rechtbank een deskundige voor een contra-expertise. Op basis van deze contra-expertise verleende de rechtbank de voorlopige machtiging.
Betrokkene stelde cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad constateerde dat de rapportage van de contra-expert niet aan betrokkene was voorgelegd en dat zij geen gelegenheid had gekregen om hierop te reageren. Dit is in strijd met artikel 8 lid Pro 1, 6 en 9 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) en het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor, zoals ook gewaarborgd in artikel 5 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Hiermee werd het belang van een correcte procedure en de bescherming van de rechten van betrokkene benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde de voorlopige machtiging wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwees de zaak terug naar de rechtbank.