ECLI:NL:HR:2007:BB7973

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/196HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep en cassatie over verdeling ontbonden gemeenschap van goederen

Partijen waren betrokken bij een geschil over de ontbinding en verdeling van hun gemeenschap van goederen. Verweerster had eiser gedagvaard voor de rechtbank met diverse vorderingen, waaronder de beschrijving en waardering van de ontbonden gemeenschap, vergoeding van schade en herstelkosten, en de verdeling van de gemeenschap rekening houdend met overbedeling.

De rechtbank stelde bij eindvonnis de verdeling van de gemeenschap vast en veroordeelde eiser tot betaling aan verweerster wegens onderbedeling. Eiser stelde hoger beroep in tegen de tussenvonnissen en het eindvonnis. Het gerechtshof Leeuwarden bekrachtigde bij arrest de bestreden vonnissen.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiser in de kosten van het geding in cassatie, met nihil aan de zijde van verweerster.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

16 november 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/196HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 29 mei 2000 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd, na wijziging van eis, kort gezegd:
1. de op 7 oktober 1998 tussen partijen ontbonden gemeenschap te beschrijven en te waarderen;
2. [eiser] ter zake van herstel van de door hem ten nadele van [verweerster] aangebrachte wijzigingen in de feitelijke situatie van de tot de gemeenschap behorende baten te veroordelen om aan de gemeenschap te vergoeden een totaalbedrag van ƒ 88.750,94;
3. [eiser] ter zake van benadeling van de gemeenschap te veroordelen om aan de gemeenschap als schade te vergoeden een bedrag van ƒ 28.100,--;
4. de ontbonden gemeenschap tussen partijen te verdelen waarbij de rechtbank in aanmerking zal nemen de overbedeling van [eiser] tegen vergoeding aan [verweerster] van de overwaarde.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 20 maart 2002, 26 februari 2003 en 14 april 2004, bij eindvonnis van 29 september 2004 de verdeling van de gemeenschap van goederen vastgesteld, zoals nader omschreven in het dictum, en [eiser] veroordeeld om, wegens onderbedeling van [verweerster], aan [verweerster] een bedrag van € 37.766,87 te betalen.
Tegen de tussenvonnissen van de rechtbank van 26 februari 2003 en 14 april 2004, alsmede het eindvonnis van de rechtbank van 29 september 2004 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 8 februari 2006 heeft het hof de bestreden vonnissen bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij faxbrief van 28 september 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 november 2007.