ECLI:NL:HR:2007:BB7940
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over vennootschapsbelasting en RAER
Belanghebbende kreeg voor 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het hof verklaarde het beroep gegrond en stelde de aanslag verder naar beneden bij, waarbij het oordeelde dat een toevoeging aan de winstreserves (RAER) tot belastbare winst behoorde. Belanghebbende stelde in cassatie dat het hof haar subsidiaire stelling niet had meegewogen dat er geen reden was de RAER gedeeltelijk op te heffen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze subsidiaire stelling niet had behandeld, waardoor het oordeel onvolledig was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof, met uitzondering van de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.
Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Hoge Raad op 16 november 2007.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling.