ECLI:NL:HR:2007:BB7926

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
41876
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • C.J.J. van Maanen
  • C. Schaap
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak inzake loonheffingsverrekening bij aanslag inkomstenbelasting 2001

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.

De Hoge Raad constateerde dat de loonheffing die met de aanslag verrekend diende te worden €5957 bedroeg, terwijl het Hof slechts €5946 had verrekend. Hierdoor was de aanslag ten onrechte niet volledig verminderd. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof voor zover het bedrag van €5946 was gehandhaafd, en bepaalde dat het met de aanslag te verrekenen bedrag €5957 bedraagt.

De Hoge Raad besloot de zaak zelf af te doen en gelastte dat de Staat aan belanghebbende het griffierecht van €103 vergoedt. Andere klachten werden niet behandeld wegens gebrek aan belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bepaalt dat het met de aanslag te verrekenen bedrag aan loonheffing €5957 bedraagt.

Uitspraak

Nr. 41.876
16 november 2007
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 februari 2005, nr. BK-04/00422, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2001 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu dit geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve aanwezig bevonden grond voor cassatie
De gedingstukken laten geen andere conclusie toe dan dat de ingehouden, met de aanslag te verrekenen loonheffing €5957 bedraagt, terwijl € 5946 met de aanslag is verrekend. De aanslag dient derhalve verder te worden verminderd met € 11.
Nu het beroep in cassatie, zij het op een ambtshalve bijgebrachte grond, leidt tot vernietiging van 's Hofs uitspraak, moet het gegrond worden verklaard. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voor zover daarbij het met de aanslag verrekende bedrag aan loonheffing ad € 5946 is gehandhaafd, en bepaalt het met de aanslag te verrekenen bedrag op € 5957, en
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 103.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen en C. Schaap, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2007.